Waar blijven de tekenen van Europees leiderschap?

Het moet 1992 geweest zijn. Ik was verantwoordelijk voor de organisatie van Lotus in de Benelux. Lotus was in de begintijd van de PC gekend geworden door het spreadsheetprogramma Lotus 1-2-3 maar kon de concurrentie niet volhouden met Excel van Microsoft dat geleidelijk de markt overnam.

Plots kwam de mail uit het wereldwijde hoofdkwartier in Boston met een duidelijke ‘state of the global business’ en een nog duidelijkere ‘local call for action’. Om te kunnen overleven in de steeds meer concurrentiële markt –en werk te kunnen blijven bieden- had men besloten het personeel met 10% in te krimpen. Overal ter wereld werden de filialen gevraagd binnen de 48 uren dit marsorder op te volgen en de namen op te geven van medewerkers (incl. de daarmee samenhangende kosten) die zouden verzocht worden het bedrijf te verlaten. Filiaalleiders die hun medewerking weigerden kwamen automatisch op de lijst te staan want we opereerden immers allemaal onder het wereldwijde Lotus merk en we waren allemaal verantwoordelijk om dit merk te laten overleven in moeilijke tijden. Die 48 uren waren zeker niet de makkelijkste uit mijn carrière want samen met mijn Nederlandse financiële directeur hebben we niet alleen zo objectief mogelijk een tiental medewerkers geselecteerd maar ook deze mensen persoonlijk geinformeerd over het wat en waarom van wat hen te wachten stond.

Twee dagen later ging de replymail met de namen van Amsterdam Zuidoost naar Boston en werd het personeel in Amsterdam en Brussel op de hoogte gebracht van deze harde maar noodzakelijke beslissing. We waren allemaal trots lid te zijn van de wereldwijde Lotus-club maar we werden toen keihard geconfronteerd dat elk lidmaatschap naast rechten ook plichten heeft.

Vandaag zijn we allemaal lid van de Euro-club en blijf ik wachten op de tekenen van Europees leiderschap. Van topeconomen zoals Geert Noels en Johan Van Overtveldt hoor ik immers dat iedereen weet wat er moet gebeuren maar dat niemand het durft te zeggen, laat staan durft eraan te beginnen. Een lokale politicus sprak ooit van vijf minuten politieke moed maar in een land waar bijna steeds verkiezingen plaatsvinden en waar media overaanwezig zijn durft geen enkele politicus écht leiderschap te tonen.

Het is dus aan de Van Rompuy’s en Barroso’s want zij zijn de enigen die – nog een beetje- op lange termijn kunnen denken. Stel je voor. Een mail vanuit Brussel naar alle landen binnen de Eurozone met een duidelijke ‘state of the business’ en een nog duidelijkere ‘local call for action’. En binnen de 48 uren vanuit verschillende Europese hoofdsteden een replymail naar het Berlaymont gebouw. Met de juiste antwoorden en acties. Geen –of een onvolledig- antwoord vanuit de Wetstraat 16? Geen probleem, Euro-lidkaart kwijt. Terug naar de Belgische frank. In 48 uren …

(Deze bijdrage verscheen op 19 juli 2012 ook op de opiniepagina van De Tijd)